“Iedereen kijkt vanuit ACT naar de revalidant”
Niet vechten tegen wat is, maar leven met wat kan
Nathalie de Swart werkt bijna twee jaar als psycholoog bij Centrum voor complex chronische longaandoeningen (CCL) van Revant in Breda. Ze werkt volgens de gedragstherapie ACT: Acceptance and Commitment Therapy. “Binnen CCL werken we allemaal met ACT; van diëtist tot longarts. Iedereen kijkt vanuit dezelfde methode en hetzelfde doel naar de revalidant: dat maakt het zo krachtig.”
Iedere revalidant krijgt een psychologische intake tijdens de onderzoeksweek die voor de start van hun longrevalidatietraject plaatsvindt. “Veel mensen zeggen: ‘Ik heb geen psycholoog nodig’, maar een lichamelijke aandoening heeft altijd invloed op je mentale welbevinden.”
Ze ziet hoe mensen binnenkomen met een lijf dat grenzen stelt, terwijl hun hoofd nog leeft in het tempo van vroeger. “Je hoofd wil vaak meer dan je lichaam aankan. Dat schuurt en dat levert frustratie, verdriet of angst op.”

Nathalie de Swart
Acceptatie: een rouwproces
Nathalie vertelt dat acceptatie één van de moeilijkste thema’s is bij een longaandoening. “Je bent eigenlijk aan het rouwen om de persoon die je altijd bent geweest en nu niet meer kan zijn.”
Sommige revalidanten zetten hun hakken in het zand. “Ze doen alsof er niets aan de hand is maar dat leidt tot roofbouw. Dan ga je juist sneller achteruit.”
Anderen worden overspoeld door boosheid of angst: angst voor benauwdheid, om achteruit te gaan, om afhankelijk te worden. “Wanneer mensen bijvoorbeeld benauwd worden tijdens het lopen, raken ze in paniek”, vertelt Nathalie. “Ze gaan dan niet meer bewegen, terwijl beweging júist helpt om hun conditie op peil te houden en spieren op te bouwen.”
Ook schamen sommige revalidanten zich. Denk aan schaamte om met een rollator te lopen of om een zuurstoffles bij zich te dragen.
ACT: ervaren in plaats van wegduwen
Tijdens de onderzoeksweek wordt bepaald hoeveel psychologische ondersteuning iemand nodig heeft: twee ACT‑bijeenkomsten als basis of een uitgebreid traject tot maximaal acht sessies. Daarnaast kunnen revalidanten, wanneer hun situatie daarom vraagt en men daarvoor open staat, ook individuele gesprekken met een psycholoog krijgen.
“Doordat wij derdelijns interdisciplinair werken, zijn er geen losse eilandjes. We hebben snel duidelijk wat de valkuilen zijn van een revalidant en werken samen aan zijn of haar doelen.”
Ze laat zien hoe ACT werkt met metaforen en ervaringsoefeningen. Ze pakt een vingerval, schuift het om haar vingers en zegt: “Je moet soms juist eerst gaan voelen en de moeilijke dingen aangaan om weer meer vrijheid te krijgen.”

Nathalie met een vingerval om haar vingers
Ze demonstreert hoe mensen instinctief willen trekken, willen ontsnappen. “Maar hoe harder je trekt, hoe vaster je komt te zitten.”
Ook touwtrekken is een oefening die veel losmaakt. “Mensen gaan vaak over hun grenzen heen, omdat ze zich niet willen laten kennen. Maar dan hebben ze bijvoorbeeld ’s avonds geen energie meer voor iets leuks.”
De rol van naasten
Naasten spelen een grote rol in het herstel. “Soms werkt de omgeving steunend, maar soms ook averechts,” zegt ze. “Een partner kan zeggen: ‘Hup, je moet door’, terwijl iemand juist moet leren doseren.”
Nathalie werkt nauw samen met maatschappelijk werk. “We stimuleren dat revalidanten zelf het gesprek aangaan met hun naasten, maar we doen ook gezamenlijke gesprekken. Soms moet de omgeving leren begrijpen wat er speelt.”
Kleine stappen, grote winst
Ze vertelt hoe revalidanten soms vastlopen in hun eigen verwachtingen. Het gaat om kleine stappen, bewustwording, mildheid. “Mensen moeten leren inzien waar hun valkuilen liggen. Waarom ze terugvallen. En hoe ze zichzelf kunnen helpen om het anders te doen.”
“Veel mensen denken: ik moet weer een uur kunnen wandelen. Maar misschien is vijf minuten al een overwinning.”









